Zwemmen in groene rivieren, een zonsondergang op 1.734 meter en een kasteel waar je met de lift binnengaat
Ticino is het kanton in het zuiden van Zwitserland waar ze Italiaans praten. Je vindt er palmen aan het Lago Maggiore, granieten valleien met rivieren zo groen dat mensen denken dat je foto's gefilterd zijn, en drie middeleeuwse kastelen op de Werelderfgoedlijst. Ik was er eind september, ik kwam terug met heel fijne herinneringen.

Een lijstje is niet mijn gewoonte, maar het is wel de vraag die ik het vaakst krijg: wat moet ik doen in Ticino? Bij deze. Alle tien heb ik zelf gedaan, en bij elk heb ik een weetje opgezocht, zodat je ook iets bijleert terwijl je je reis plant. Het langere, persoonlijke verhaal lees je in mijn liefdesbrief aan Ticino.
1. Een sunset hike naar de Capanna Gambarögn

Als je maar één ding doet in Ticino, doe dan dit. Vanaf Alpe di Neggia wandel je in een klein uur naar de top van de Monte Gambarogno, op 1.734 meter, en de Capanna Gambarögn net onder de top. Bij zonsondergang kijk je van daar over het hele Lago Maggiore, over Locarno en de Maggiadelta, en over een rij Alpentoppen tot aan de horizon. Wij hadden het geluk dat aan de andere kant tegelijk de volle maan opkwam. Dat was machtig, en onvergetelijk.
Weetje: de hut werd begin twintigste eeuw gebouwd als militaire post. Tegenwoordig koken ze er vooral met lokale producten, en ze brouwen er hun eigen bier, de Bira dala Capanna Gambarögn, met hooi als ingrediënt.
Praktisch: Alpe di Neggia bereik je met de auto via Vira, of met de bus tot Indemini. De hut heeft tien bedden, dus reserveer als je er wilt eten of slapen. Heen en terug is het 4,6 kilometer met zo'n 370 hoogtemeters, reken op bijna twee uur stappen. Eind september gaat de zon er rond 19.20 uur onder, dus kom rond zes uur aan en neem een hoofdlamp mee voor de terugweg in het donker.
2. Met de kabelbaan naar Cardada en Cimetta

Vanuit Locarno ga je in drie etappes naar boven. Eerst het kabelspoor naar Orselina, dan de kabelbaan naar Cardada op 1.340 meter en ten slotte een stoeltjeslift naar Cimetta op 1.670 meter. Boven kun je wandelen, of je rijdt met de mountainbike terug naar beneden. Dat laatste is wel iets voor gevorderden: de trails zijn technisch, wij reden stukken S3, en voor wie net met downhill begint, is dat echt pittig.
Weetje: de stoeltjeslift naar Cimetta dateert van 1954 en is de enige in Zwitserland waar je opzij zit, zodat je zeven minuten lang recht in het panorama kijkt. Van op Cimetta zie je bij helder weer zowel het laagste punt van Zwitserland, het Lago Maggiore, als het hoogste, de Dufourspitze in het Monte Rosa-massief. De kabelbaan eronder werd ontworpen door de Ticinese architecten Mario Botta en Paolo Pedrazzini en rijdt sinds 2000, met cabines in de vorm van een regendruppel.
Praktisch: de kabelbaan doet er vijf minuten over van Orselina (395 m) naar Cardada, de stoeltjeslift zeven minuten naar Cimetta. De bekendste bikeroute is Cardada Bike (SwitzerlandMobility 397), die officieel als S2 (moeilijk) staat aangegeven. Wij reden eerst de korte Bassa di Cardada-trail vanaf Cimetta en dan Cardada Bike van Stallone naar Locarno: 13,2 kilometer en 1.350 hoogtemeters naar beneden. Een bike huur je bij BikePort aan het station van Locarno. Alle info op cardada.ch.
3. Canyoning in de kloven van de Riviera
Ticino is een walhalla voor canyoning. Het graniet en het gneis vormen er overal smalle kloven met watervallen en diepe kommen. Je daalt zo'n kloof af in een neopreenpak met helm en gordel, door te abseilen langs watervallen, te springen in kommen en over gladgesleten rotsen naar beneden te glijden. Ik vond het echt heel leuk, en ook voor beginners zijn er tochten.
Weetje: Zwitserland Toerisme noemt Ticino zelf een paradijs voor canyoning. De Boggera-kloof bij Cresciano, in de Riviera ten noorden van Bellinzona, is een van de populairste van het kanton, met aparte tochten voor beginners en voor gevorderden.
Praktisch: verschillende aanbieders, zoals purelements en Ticino Adventures, vertrekken in Cresciano. De uitrusting krijg je van hen. Trek je zwemkledij 's ochtends al aan onder je kleren, want in de kloof is er geen kleedkamer. En drink vooraf geen alcohol: wie gedronken heeft, mag niet mee.
4. Zwemmen in de Maggia bij Ponte Brolla

Net boven Locarno, waar de Maggiavallei begint, heeft de rivier een smalle kloof uitgesleten in wit gneis. Het water is er fel groen en helder, en tussen de rotsen liggen natuurlijke zwemkommen. Op een warme septemberdag is dit de plek om af te koelen.
Weetje: de ronde gaten in de rotsen heten hier marmitte dei giganti, reuzenpotten. Ze ontstaan doordat het water stenen eeuwenlang in rondjes laat draaien. Al meer dan 25 jaar wordt in deze kloof het International Cliff Diving Championship gehouden, met sprongen van 13, 15 en 20 meter hoog.
Praktisch: Ponte Brolla ligt een kwartiertje van Locarno en heeft een halte van de Centovallina, het treintje naar Domodossola. Zwem alleen waar het rustig is: het is een wilde rivier zonder redders.
5. Een drankje bij La Kibanda
Na het zwemmen in Ponte Brolla hoort er een drankje bij, en daarvoor ga je naar La Kibanda. Dat is een verstopt barretje met een strandje aan de Maggia, een eindje van de brug. Het is zo'n adres dat je doorgeeft aan vrienden, en bij deze geef ik het aan jou.
Weetje: in Avegno, het dorp ernaast, brouwt het Birrificio Valle Maggia bier, en een van hun bieren is een witbier dat Ponte Brolla heet.
Praktisch: La Kibanda is een zomerse plek aan het water. Check vooraf of ze open zijn als je buiten het hoogseizoen gaat.
6. De Cascata del Salto in Maggia

Wat verder de Maggiavallei in, in het dorp Maggia, valt de Cascata del Salto van zo'n zestig meter hoog naar beneden. Onderaan ligt een kom waarin je kunt zwemmen, tussen grote grijze rotsblokken. Toen wij er waren, hing er een regenboog in de nevel van de waterval.
Weetje: de Maggia, de rivier die de vallei haar naam geeft, heeft ook de delta gevormd waarop Locarno en Ascona vandaag liggen. Dat zie je het best van boven, vanop Cardada of de Gambarogno.
Praktisch: vanuit het dorp Maggia is het een korte wandeling naar de waterval. Neem stevige schoenen mee voor de rotsen.
7. De Ponte dei Salti in de Verzascavallei

Dit is het postkaartje van Ticino: een stenen brug met twee bogen over water dat zo helder is dat je de stenen op de bodem ziet liggen. De brug ligt in Lavertezzo, in de Verzascavallei, en in de zomer springen mensen van de rotsen en de brug in het water.
Weetje: de brug wordt vaak de Romeinse brug genoemd, maar in haar huidige vorm dateert ze uit de zeventiende eeuw. In 1868 sleurde de rivier een van de twee bogen mee, en pas in 1960 werd hij heropgebouwd. De brug staat vandaag op het wapenschild van de gemeente Verzasca.
Praktisch: de Verzasca is ook in de zomer koud, zo'n 12 tot 16 graden, en waar de rivier smaller wordt, is de stroming gevaarlijk sterk. Er zijn geen redders. Onderweg passeer je de stuwdam van Contra, 220 meter hoog: daar sprong James Bond in 1995 aan een bungeekoord in de openingsscène van GoldenEye, en je kunt die sprong vandaag zelf maken.
8. Corippo, het kleinste dorp dat een hotel werd
Iets hoger in de Verzascavallei hangt Corippo tegen de helling: stenen huizen met stenen daken rond een kerktoren, boven een groen dal. Het is een van de mooiste dorpen van Ticino, en ook een van de stilste.
Weetje: in 1850 woonden er 315 mensen, vandaag nog maar een dozijn. Tot de fusie met de buurdorpen in 2020 was Corippo de kleinste gemeente van Zwitserland. Om het dorp te redden, werd het in 2022 het eerste albergo diffuso van het land: een hotel met tien kamers, verspreid over de oude huizen, met een osteria die dienst doet als receptie.
Praktisch: Corippo ligt boven de weg door de Verzascavallei, dus combineer het met de Ponte dei Salti. Wil je er slapen, reserveer dan op tijd: tien kamers zijn snel weg.
9. Castelgrande in Bellinzona

Bellinzona, de hoofdstad van Ticino, heeft drie kastelen, en Castelgrande is het grootste. Wat het bijzonder maakt, is de ingang. Vanaf de Piazza del Sole stap je door een gang van ruw beton de rots in, en een lift brengt je vijftig meter hoger naar de binnenplaats. Boven staan twee middeleeuwse torens, en je kijkt uit over de stad en de twee andere kastelen op de heuvels ertegenover. Ticino Turismo noemt het middeleeuws brutalisme, en het is een van de mooiste dingen die ik in Ticino gezien heb.
Weetje: architect Aurelio Galfetti restaureerde het kasteel tussen 1981 en 2000 en ontwierp die betonnen ingang. De drie kastelen, Castelgrande, Montebello en Sasso Corbaro, staan sinds 2000 samen met hun verdedigingsmuren op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Ze bewaakten de weg naar de Gotthard voor de hertogen van Milaan. Sasso Corbaro werd in 1479 in amper zes maanden gebouwd, en in 1500 kwam de stad in Zwitserse handen.
Praktisch: de lift vertrekt aan de Piazza del Sole. Wie alle drie de kastelen wil zien, wandelt zo'n 5,5 kilometer met 280 hoogtemeters, reken op een kleine twee uur.
10. Ascona by night

Sluit je dag af in Ascona. Als de zon onder is, gaan de lantaarns aan langs de lungolago, de promenade langs het Lago Maggiore, en lopen de terrassen vol. Bootjes in het haventje, palmbomen, roze en okergele gevels in warm licht: het heeft iets van het Comomeer, maar dan in Zwitserland. Het is er gezellig, en een beetje chic.
Weetje: op de heuvel boven Ascona startte in 1900 de Monte Verità, een kolonie van idealisten die vegetarisch aten, in de open lucht leefden en weinig kleren droegen. Een van de oprichters was Henri Oedenkoven, de zoon van een rijke industrieel uit Antwerpen. Later trok de plek kunstenaars, dadaïsten en expressionisten aan.
Praktisch: Ascona ligt vlak naast Locarno, en vanuit Bellinzona reken je ongeveer een halfuur. Op de Monte Verità kun je vandaag het museumcomplex bezoeken. Kom je overdag, loop dan even door de oude kern: daar staan de barokke gevel van de Casa Serodine en de zestiende-eeuwse kerk Santi Pietro e Paolo, met de klokkentoren die het symbool van Ascona is.
Zo combineer je ze in een lang weekend

- Dag 1: aankomst, 's avonds Ascona by night.
- Dag 2: 's ochtends Cardada en Cimetta, 's middags Ponte Brolla, La Kibanda en de Cascata del Salto, 's avonds de sunset hike naar de Capanna Gambarögn.
- Dag 3: 's ochtends de kastelen van Bellinzona, 's middags canyoning in de Riviera.
- Dag 4: de Verzascavallei, met de stuwdam van Contra, de Ponte dei Salti en Corippo.
Handig om te weten
- Beste reisperiode: september. Locarno haalt dan gemiddeld 22 °C overdag, de zomerdrukte is voorbij en het water is nog warm genoeg om te zwemmen. Met ruim 2.200 zonuren per jaar is Locarno een van de zonnigste plekken van Zwitserland.
- Ticino Ticket: wie in Ticino overnacht in een hotel, jeugdherberg of op een camping, krijgt dit ticket bij het inchecken. Daarmee reis je gratis met het openbaar vervoer in het hele kanton tot het einde van je vertrekdag, en je krijgt korting op activiteiten. Info op ticino.ch/ticket.
- In de winter: dan kun je skiën in onder meer Airolo, Bosco Gurin, Carì, Nara en Campo Blenio.
- Zwemmen in rivieren: het zijn wilde rivieren zonder redders. Het water is koud, het peil kan na regen snel stijgen, en waar de bedding smal wordt, is de stroming sterk. Volg de borden ter plaatse.
FAQ
Wat zijn de leukste dingen om te doen in Ticino?
Een sunset hike naar de Capanna Gambarögn, de kabelbaan naar Cardada en Cimetta, canyoning, zwemmen bij Ponte Brolla en de Cascata del Salto, de Ponte dei Salti en Corippo in de Verzascavallei, Castelgrande in Bellinzona en een avond in Ascona.
Wanneer ga je het best naar Ticino?
September is ideaal: het is nog warm, met gemiddeld 22 °C overdag in Locarno, en het is rustiger dan in de zomer. In de winter kun je er skiën.
Kun je zwemmen in de Verzasca?
Ja, maar voorzichtig. Het water is ook in de zomer maar 12 tot 16 °C, de stroming is sterk waar de rivier smal wordt, en er zijn geen redders. Rond de Ponte dei Salti zijn er rustigere plekken.
Is canyoning in Ticino geschikt voor beginners?
Ja. Aanbieders in Cresciano hebben tochten voor beginners, bijvoorbeeld in de Boggera-kloof. Je krijgt alle uitrusting en een gids.
Kun je als beginner mountainbiken op Cardada?
Dat raad ik af. De afdalingen zijn technisch: de officiële route Cardada Bike 397 staat als S2 (moeilijk) aangegeven, en sommige trails zijn zwaarder. Wie nog maar pas met downhill begint, kan beter wandelen.
Waar ligt de Capanna Gambarögn?
Op de Monte Gambarogno, op 1.734 meter, aan de zuidkant van het Lago Maggiore. Vanaf Alpe di Neggia wandel je er in een klein uur naartoe (4,6 kilometer heen en terug).
Ontdek Zwitserland verder
Deze reis kwam er op uitnodiging van Ticino Turismo, in samenwerking met Zwitserland Toerisme.





















