Over ruige bergen, groene rivieren, een kasteel in beton en een volle maan die precies op tijd kwam
Liefste Ticino,
Kijk, ik ga eerlijk zijn: ik had u onderschat. Ik kende je van de snelweg, als dat uur tussen twee tunnels op weg naar Italië. Efkes tanken in de buurt van Bellinzona en dan weer weg. Zo leert ge niemand kennen, dat besef ik nu. Ik heb vier dagen nodig gehad om te snappen wat ik al die jaren voorbij ben gereden, en pakweg 1.713 foto's. Dus schrijf ik je een brief, en weet dat ik dat nog nooit gedaan heb voor een kanton in het buitenland.

De avond dat het gebeurde
Ik begin met het moment waarop ik voor je gevallen ben, want dat weet ik nog precies. Het was zaterdagavond, op de top van de Monte Gambarogno, 1.734 meter boven het Lago Maggiore. Vanaf Alpe di Neggia stapt ge er in een klein uurke naartoe, over een kam met droog, goudgeel gras. Boven staat een wit kruis, en een eindje lager de Capanna Gambarögn. Die hut werd begin vorige eeuw gebouwd als militaire post. Vandaag hangt er een krijtbord met de prijs van een koffie, een pint en een glas merlot, en ze brouwen er hun eigen bier, met hooi erin.
Aan de ene kant zakte de zon achter de Alpen. Aan de andere kant kwam op hetzelfde moment de maan op. Het was de volle oogstmaan, die dit jaar op zaterdag 26 september viel, en dat wist ik niet toen we vertrokken. Ik stond daar met mijn camera tussen de twee en wist niet naar welke kant ik moest kijken. (Allebei, uiteindelijk. Om de beurt, en heel snel.) Onder ons lag het meer, met daarachter Locarno en de delta van de Maggia, waar de lichtjes één voor één aangingen.

Ik heb al veel zonsondergangen gezien, maar deze was machtig, ik zoek nog steeds naar een ander woord om het alle eer aan te doen. Toen het donker werd, gingen de hoofdlampen aan en stapten we terug de berg af naar de auto. Onvergetelijk, en dat woord gebruik ik niet snel.
Gij hebt alles, en dat is een probleem
Het lastige aan u, Ticino, is dat ge alles tegelijk wilt zijn. 's Ochtends zijt ge ruig hooggebergte met granieten wanden en valleien waar de zon pas laat binnenraakt. 's Middags zijt ge een rivier waar ge in kunt zwemmen. En 's avonds zijt ge plots een Italiaanse meerstad met palmbomen, lantaarns en terrassen aan het water, zo chic dat ik me even afvroeg of mijn wandelschoenen wel binnen mochten.
Dat laatste was Ascona, op een doordeweekse September vrijdagavond. Je wandelt er over de lungolago, de promenade langs het Lago Maggiore die vaak de mooiste van het hele meer wordt genoemd. Bootjes in een klein haventje, lichtsnoeren boven de terrassen, warm licht op roze en okergele gevels. Het heeft iets van het Comomeer, maar dan met Zwitserse dienstregelingen. Ik noem dat Zwitaliaans, en zolang niemand me tegenspreekt, is dat nu een woord.
Een weetje dat ik niemand wil onthouden: op de heuvel boven Ascona begon in 1900 een groep idealisten een vegetarische kolonie. Ze noemden de heuvel Monte Verità, de berg van de waarheid, en ze leefden er in de open lucht, met veel zon, vegetarisch eten en weinig kleren. Een van de oprichters was Henri Oedenkoven, de zoon van een rijke industrieel uit Antwerpen. Er liep dus al een Vlaming in zijn blootje door Ticino, lang voor ik er met mijn camera aankwam. (Ik hield mn kleren aan, we kennen elkaar tenslotte nog maar enkele dagen.)

Water dat groener is dan Instagram ze durft tonen
Wat ik niet had verwacht, is hoeveel water je hebt. De meren kende ik van de postkaarten. De rivieren kende ik niet.
In Ponte Brolla, net boven Locarno, heeft de Maggia een smalle kloof uitgeslepen in wit gneis, met ronde kommen die ze hier marmitte dei giganti noemen, reuzenpotten. Het water is groen, en ik bedoel écht groen. Al meer dan 25 jaar komen cliffdivers uit de hele wereld hier springen, van dertien, vijftien en twintig meter hoog, voor een internationaal kampioenschap. Wij zwommen van op gewoon rotsniveau, en dat was eigenlijk ook al best charmant.
Iets verder langs de rivier ligt La Kibanda, een verstopt barretje met een strandje aan het water. Wij vonden het omdat iemand het ons vertelde, en bij deze vertel ik het aan u. Maar hou het nog een beetje stil, de locals houden deze geheimtip graag voor hunzelf.
Rij je nog wat verder de Maggiavallei in, dan komt ge in het dorp Maggia bij de Cascata del Salto. Daar valt het water zowat zestig meter naar beneden in een kom waarin je kan zwemmen. Toen wij er waren, hing er een regenboog in de nevel. Ik weet dat dat klinkt als iets wat ik verzin voor een blogpost, maar ik heb foto's om het te bewijzen. Ik bezweek.
Ge kunt ook hard zijn
Nu moet ik, liefste, ook iets eerlijks zeggen over uw karakter. Soms zijt ge niet zacht.
Neem de mountainbike. Vanuit Locarno gaat ge met het blauwe kabelspoor naar Orselina, langs het heiligdom van Madonna del Sasso. Dat werd gebouwd nadat een franciscaner broeder er in 1480 een visioen van Maria had, en het kabelspoor rijdt al sinds 1906. Daarna neemt ge de kabelbaan die Mario Botta ontwierp, met cabines in de vorm van een regendruppel, naar Cardada op 1.340 meter. Het laatste stuk naar Cimetta doet ge met een stoeltjeslift uit 1954.
Het is de enige in Zwitserland waar je opzij zit, zodat je onderweg het hele panorama voor jezelf, en de mountainbike die voor je bengelt, hebt. Bij helder weer zie je van daar zowel het laagste punt van Zwitserland, het Lago Maggiore, als het hoogste, de Dufourspitze in het Monte Rosa-massief. Wij zaten zeven minuten opzij te kijken naar een wolk.
Daarna moesten we naar beneden, en daar wil ik iedereen waarschuwen die, zoals ik, nog maar pas met downhill begint. De trails boven Locarno zijn niet voor beginners. Wij reden stukken S3, en op de schaal die mountainbikers gebruiken, betekent dat grote rotsblokken, hoge treden en krappe bochten, vaak allemaal tegelijk. Van Stallone tot in Locarno is dat 13,2 kilometer en 1.350 hoogtemeters naar beneden, en ik heb ze allemaal gevoeld. Pittig, dus. Voor gevorderden is dit een speeltuin. Voor mij was het vooral een les in nederigheid.
En dan de kloven. Ge zijt een walhalla voor canyoning, Ticino, en Zwitserland Toerisme zegt dat zelf ook: ze noemen u een paradijs. Het graniet en het gneis vormen overal smalle kloven met watervallen en diepe kommen. Op zondagnamiddag trokken wij een neopreenpak, een helm en een gordel aan, in de Riviera, de vallei boven Bellinzona. Rachel, onze gids, had vooraf een brief in het Duits gestuurd met twee regels. De eerste: trek 's ochtends uw zwembroek al aan onder uw kleren, want er is geen kleedkamer. "Nur die Natur", stond er, met een knipogende smiley. De tweede: wie gedronken heeft, gaat niet mee. Dus geen glas wijn bij de lunch, in het Italiaanse deel van Zwitserland. Check.
Canyoning betekent dat je een kloof van boven naar beneden afdaalt: je abseilt langs watervallen, springt in diepe kommen en glijdt over rotsen die het water gladgesleten heeft. Het was echt echt echt heel leuk. Ticino, ik vind u ook echt echt echt heel leuk.
Kastelen van beton
Bellinzona is uw hoofdstad, en ge hebt ze drie kastelen gegeven. Castelgrande, Montebello en Sasso Corbaro staan sinds 2000 samen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Ze moesten de weg naar de Gotthard bewaken, en eeuwenlang vochten de hertogen van Milaan en de Zwitsers erom. Sasso Corbaro liet de hertog van Milaan in 1479 in amper zes maanden bouwen. Een muur, de Murata, sloot vroeger de hele vallei af. In 1500 kwam de stad toch in Zwitserse handen.
Wat mij het meest raakte, was de ingang van Castelgrande. Tussen 1981 en 2000 heeft architect Aurelio Galfetti het kasteel gerestaureerd, en hij liet de bezoekers langs een nieuwe weg binnen. Vanaf de Piazza del Sole stapt ge door een gang van ruw beton de rots in, en daar neem je een lift naar boven, vijftig meter hoger. Ticino noemt het middeleeuws brutalisme. Ik vind het prachtig. Boven staan twee torens tegen een diepblauwe lucht, en je kijkt uit over de daken van de stad en over de andere twee kastelen op de heuvels ertegenover.
Valleien die je moet gezien hebben
Ik reed de Verzascavallei in. Eerst passeer je de stuwdam van Contra, 220 meter hoog. In de openingsscène van GoldenEye, uit 1995, springt James Bond eraf aan een bungeekoord. Je kan die sprong vandaag zelf doen, en meer dan tienduizend mensen hebben dat al gedaan. Ik keek over de rand en besloot dat ik de film wel ken en het niet direct nog eens moest ondervinden.
In Lavertezzo ligt de Ponte dei Salti, een stenen brug met twee bogen over water dat zo helder is dat je de stenen op de bodem kan tellen. De brug stamt uit de zeventiende eeuw. In 1868 sleurde de rivier een van de bogen mee, en pas in 1960 werd hij heropgebouwd. Mensen springen er van de brug in het water, maar weet wel dat de Verzasca ook in de zomer maar zo'n 12 tot 16 graden haalt, en dat de stroming waar de rivier smaller wordt gevaarlijk sterk is.
Hoger tegen de helling hangt Corippo. In 1850 woonden er 315 mensen, vandaag nog maar een dozijn. Tot 2020, toen het fuseerde met de buurdorpen, was het de kleinste gemeente van Zwitserland. In plaats van het dorp te laten leeglopen, maakten ze er een albergo diffuso van: een hotel met tien kamers, verspreid over de oude stenen huizen, en een osteria met een terras boven het dal. Het was het eerste van dat soort in Zwitserland.
En in de winter?
Ik heb u nog niet in de winter gezien, maar ik heb gehoord dat ge dan een heel ander kleed aantrekt. Dan ligt er sneeuw in Airolo, aan de voet van de Gotthard, in Bosco Gurin, dat tot 2.331 meter reikt, en in Carì, Nara en Campo Blenio. Dat ge dan kunt skiën, en een paar uur later onder de palmen aan het meer kunt zitten, vind ik eigenlijk een beetje overdreven. Ik kom het wel eens checken, in de winter kom ik terug. Dat beloof ik je.

Waarom september
We waren er eind september, en dat bleek uw beste maand. Locarno haalt dan gemiddeld 22 graden overdag, en wij liepen de hele tijd in korte broek en T-shirt. De zomerdrukte is weg, het water is nog warm genoeg om in te springen, en het licht is laag en zacht. Het helpt dat Locarno met ruim 2.200 zonuren per jaar een van de zonnigste plekken van Zwitserland is.

Tot snel

Dus, liefste Ticino. Ge hebt bergen voor wie wil afzien en meren voor wie liever niets doet, en daartussen rivieren om in te zwemmen. Ge hebt zelfs een Antwerpse nudist in uw geschiedenisboeken, en een maan die opdaagt op het juiste moment. Ik heb u vier dagen gekend en ik denk dat ik u graag zie. Ik kom terug, in de winter als je me nog wil zien.
PS: Wat ik me nog afvroeg: komt die zotte maan daar elke maand zo stipt piepen over uw bergtoppen, of was dat speciaal voor mij geregeld?
Liefs, Yannick
Praktisch: Ticino in een lang weekend
- Wanneer: september is ideaal. Het is nog warm (gemiddeld 22 °C overdag in Locarno), de zomerdrukte is voorbij en het water is nog zwembaar.
- Ticino Ticket: wie in Ticino overnacht in een hotel, jeugdherberg of op een camping, krijgt dit ticket bij het inchecken. Daarmee is het openbaar vervoer in het hele kanton gratis tot het einde van je vertrekdag, en je krijgt korting op activiteiten. Meer info op ticino.ch/ticket.
- Zonsondergang op de Gambarogno: rij naar Alpe di Neggia en wandel in een klein uur naar de Capanna Gambarögn (1.734 m). Heen en terug is dat 4,6 kilometer met zo'n 370 hoogtemeters. Eind september gaat de zon er rond 19.20 uur onder, dus kom rond zes uur aan. Reserveer als je er wilt eten of slapen: de hut heeft tien bedden. Neem een hoofdlamp mee voor de terugweg.
- Cardada en Cimetta: kabelspoor van Locarno naar Orselina, kabelbaan naar Cardada (5 minuten) en stoeltjeslift naar Cimetta (7 minuten). Mountainbiken kan, maar de afdalingen zijn technisch: de officiële route Cardada Bike (SwitzerlandMobility 397) staat als S2 (moeilijk) aangegeven, en er zijn zwaardere stukken. Info op cardada.ch.
- Canyoning: verschillende aanbieders vertrekken in Cresciano, zo'n twintig minuten van Bellinzona. Uitrusting krijg je van hen. Neem zelf zwemkledij, een handdoek en droge kleren mee, en drink vooraf geen alcohol.
- Zwemmen in de rivieren: Ponte Brolla, de Cascata del Salto en de Ponte dei Salti zijn prachtig, maar het zijn wilde rivieren zonder redders. Het water is koud, het peil kan na regen snel stijgen, en waar de rivier smal wordt, is de stroming sterk. Volg de borden ter plaatse.
- Bellinzona: de ingang van Castelgrande vind je aan de Piazza del Sole, met de lift door de rots.
- Slapen: wij sliepen in Hotel & SPA Internazionale in Bellinzona, recht tegenover het station.
Ontdek Zwitserland verder
Deze reis kwam er op uitnodiging van Ticino Turismo, in samenwerking met Zwitserland Toerisme.












































