Tien jaar. Dat klinkt als een titel van een slechte Vlaamse film met Koen De Bouw. Maar tien jaar geleden stond ik op een perron in Brussel-Zuid met een rugzak die groter was dan mijn zelfvertrouwen, een one-way ticket naar het andere einde van de wereld, en het kleinste hartje dat ik ooit gehad heb. Vandaag zit ik aan mijn keukentafel als papa, met een blog met duizenden lezers en het besef dat die trein naar Schiphol het belangrijkste vervoermiddel van mijn leven is geweest.
Dit is het verhaal van hoe Australië alles veranderde. Of misschien van hoe ik alles veranderde en Australië toevallig het decor was. Dat weet ik eigenlijk nog altijd niet echt zeker.
Waarom vertrok ik 10 jaar geleden op wereldreis?
Ik was nooit het type dat droomde van de wereld zien. Ik droomde van papa worden. Van een gezin, een huis, een tuin met een trampoline. Ik had alles wat je op papier nodig hebt: goede vrienden, een relatie, een mooie job, een mooi huis, een snelle auto. Tenminste als het bergaf was.
En toch knaagde er iets. Een quarterlife crisis, noemen ze dat. Dertig worden, ongelukkig op het werk, een relatie die stilviel. Het soort periode waarin je 's nachts naar het plafond ligt te staren en je afvraagt of dit het nu is. Een psycholoog zei me iets dat bleef plakken: dat ik zelf beslissingen moest nemen en op zoek moest naar mijn eigen antwoorden. Simpel advies. Het soort dat je irriteert omdat het klopt.
Dus kocht ik een ticket. Niet omdat ik zo avontuurlijk was. Niet omdat ik een droom had. Maar omdat stilstaan nog beangstigender was dan vertrekken. De trein naar Schiphol was de ultieme confrontatie. Elke halte een kans om af te stappen, terug te keren naar het bekende, de rugzak in een hoek te gooien en te doen alsof dit belachelijke plan nooit bestaan had. Ik ben niet afgestapt. Meer uit verstijving dan uit moed, vermoed ik.

Wie ook twijfelt over de sprong: ik schreef destijds over hoe die beslissing tot stand kwam. Het is grappig om te lezen hoe bang ik was. Tien jaar later: doodsbang zijn is geen reden om iets niet te doen. Het is het bewijs dat het ertoe doet.
Wat maakt Australië zo bijzonder als reisbestemming?
Australië is te groot om te begrijpen. Dat is het eerste wat je leert. Je rijdt acht uur en je bent nog in dezelfde staat. Je plant een dagtrip en het wordt een expeditie. De afstanden zijn zo absurd dat je op een bepaald moment stopt met denken in kilometers en begint te denken in dagen. "Hoe ver is Darwin?" "Drie dagen." Zo praat je daar.
Maar het is niet de grootte die je raakt. Het is de stilte. De Outback heeft een stilte die je in Europa niet meer vindt. Geen vliegtuigen, geen snelwegen, geen buren die hun gras maaien op zondagochtend. Alleen jij, de rode aarde, en af en toe een kangoeroe die je aankijkt alsof jij de indringer bent. Wat je ook bent, eigenlijk.
De Atherton Tablelands in Queensland voelden als Slovenië meets Oostenrijk, maar dan met papegaaien in plaats van koekoeksklokken. De sunsets van West-Australië deden dingen met kleuren waarvan ik niet wist dat ze bestonden. En de East Coast, die klassieke backpackroute van Byron Bay tot Cairns, is het soort reis waarbij je 's avonds in een hostelbarretje aanpapt met iemand met een gitaar die maar twee akkoorden kent.

Sydney was een haat-liefdesverhouding. Te duur, te druk, te zelfvoldaan. Maar dan sta je op Bondi bij zonsopgang en vergeet je al je bezwaren. Kakadu en Litchfield waren de National Geographic-fantasie die je als kind had. En de Whitsundays, tja. Het soort plek waar je foto's van neemt die niemand gelooft.
Hoe overleefde ik 2.500 kilometer alleen door de Outback?
Laat me je voorstellen aan Stella. Een Mitsubishi Challenger met meer kilometers op de teller dan goede ideeën in mijn hoofd. Stella en ik reden de Savannah Way: 2.500 kilometer van Cairns naar Darwin, grotendeels onverhard, grotendeels alleen, grotendeels bij 40 graden. Het soort rit waar je achteraf over opschept en waar je tijdens de rit je testament herschrijft.
Dag vijf. Limmen National Park. Stella besloot dat ze genoeg had van mijn muziekkeuze en blies een band. De kofferbak zat muurvast door het stof. Geen telefoonsignaal. Geen mens te bekennen. Zes, zeven uur lang zat ik daar, in het niemandsland tussen Cairns en Darwin, terwijl de zon onbarmhartig deed wat de zon doet in de Outback.

's Nachts kwamen de buffels. En de dingo's. Ik hoorde ze een koe doden, ergens in het donker, niet ver genoeg. Ik lag in mijn slaapzak met een Leatherman onder mijn kussen alsof dat zakmes iets zou uitmaken tegen een buffel van 800 kilo. Op mijn laptop speelde Zooey Deschanel in New Girl, omdat niets zegt "ik ga niet dood in de Australische wildernis" als een romcom over een meisje in Los Angeles.
De ochtend erna werd ik gered door Gary en zijn vrouw. Gray Nomads, gepensioneerde Australiërs die in hun caravan het land doorkruisen. Gary duwde me een sandwich in mijn mond nog voor hij goeiemorgen zei. Dat is Australië in een notendop: het land probeert je te doden en de mensen redden je. De volledige versie van dit verhaal staat in mijn artikel over die keer dat ik alleen in de Outback vastzat. Het is na al die jaren nog altijd het populairste stuk op deze blog.
Na de pech werkte ik twee maanden in Nitmiluk National Park bij Katherine. Gidsen door de gorges, crocodile spotting voor toeristen, en \'s avonds een biertje in het enige café van het stadje. Darwin voelde als een apart land: tropisch, multicultureel, en met een relaxte houding die zelfs voor Australische begrippen extreem was. De Blue Mountains bij Sydney waren het tegenovergestelde: eucalyptusgeur, koele lucht, en dat blauwe waas over de vallei dat je het gevoel geeft dat je in een schilderij wandelt.
Wat leer je van een jaar alleen de wereld rondreizen?
De wereldreis was meer dan Australië alleen. Bali was de eerste stop, en meteen een koude douche. Of eerder een warme, want ik lag na mijn eerste surfsessie in Kuta al op de spoedafdeling. Een rif had mijn voet opengehaald tot op het bot. Gehecht worden in een Balinees ziekenhuis terwijl een gecko op het plafond je aankijkt: het zet de toon voor de rest van je reis. Lombok daarna was rustiger. Minder toeristen, betere golven, en een voet die langzaam genas terwijl ik rijst at met uitzicht op de Gili-eilanden.
Vietnam was chaos op twee wielen. Hanoi rook naar pho en benzine tegelijk. Ho Chi Minh City was een stroom van scooters waar je op een bepaald moment gewoon doorheen wandelt met je ogen dicht en je lot in handen van het universum. Hongkong was de perfecte tussenstop: de skyline bij nacht, dim sum om vijf uur \'s ochtends, en het besef dat je in een stad kan staan die tegelijk het modernste en het traditioneelste ter wereld is.
En Nieuw-Zeeland. Mount Doom, waar ik een vreugdedansje deed dat Tolkien persoonlijk zou schamen. Milford Sound, waar de natuur zo overweldigend mooi is dat je brein het niet meer verwerkt. Ergens halverwege Nieuw-Zeeland stopten mooie stranden met overweldigend zijn. Niet omdat ze minder mooi werden, maar omdat mijn referentiekader verschoven was. Dat is misschien het eerlijkste wat reizen met je doet: het herkalibreert wat je normaal vindt.

Maar het belangrijkste leerde ik niet op een berg of een strand. Het belangrijkste leerde ik onderweg, in die tussenmomenten. Reizen is voor mij even op het groenere gras aan de overkant lopen. Ontdekken dat het groen hier onder je voeten even fel of giftig is als daar, maar dat zie je enkel als je aan beide oevers gestaan hebt.
Ik voelde dat ik bij elke nieuwe vriendschap, bij elke stad die ik bezocht en in elke zee die ik zwom nog een stapje meer verloren ben geraakt. Niet op een droevige manier. Op de manier waarop je een oude jas verliest: je mist hem een week en dan besef je dat je schouders eindelijk vrij zijn.
Hoe is Soms Ook Heimwee ontstaan?
De Traveller's High maakt snel plaats voor de Traveller's Blues. Dat schrijf ik destijds in mijn stuk over terugkomen, en het is na tien jaar nog altijd de meest eerlijke zin die ik ooit geschreven heb. Je komt thuis en alles is hetzelfde, maar jij bent anders. Je vrienden vragen hoe het was en verwachten een samenvatting van drie zinnen. Je probeert het uit te leggen en merkt dat woorden tekortschieten. Dat ze altijd tekortschieten.
Dus begon ik te schrijven. Niet omdat ik een blog wilde starten. Niet omdat ik dacht dat iemand het zou lezen. Maar omdat ik ergens kwijt moest wat ik niet kon vertellen. De naam was een open doel: Soms Ook Heimwee. Omdat reizen niet alleen maar zonsondergangen en cocktails is. Omdat je soms op het mooiste strand ter wereld zit en denkt aan de frietjes bij je stamcafé.
Ik weet niet wat er veranderd is, maar ik voel dat ik een blijer mens ben geworden. Ik leerde een busrit naar huis waarderen. Verse groenten. Een zonsondergang in de file op de Brusselse ring. Het klinkt als een slechte quote op een tegeltje, maar het is gewoon waar. Soms is de meest exotische reis die je kan maken de bus van halfnegen.
Seth Godin schreef ooit: "Instead of wondering when your next vacation is, maybe you should set up a life you don't need to escape from." Tien jaar geleden was ik iemand die moest ontsnappen. Vandaag ben ik iemand die vertrekt omdat hij wil, niet omdat hij moet. Dat verschil, dat ene kleine verschuiving, dat is wat Australië me gegeven heeft.
So do I travel to escape life? I travel so life doesn't escape me.
Tien jaar later: wat is er veranderd?
Alles en niets, zoals dat gaat met de grote veranderingen. De blog groeide van een persoonlijk dagboek naar meer dan 400 artikelen. Ik werd papa. Solo papa, co-ouder 50/50. Die droom van vroeger, die van het gezin en de trampoline, die is uitgekomen. Anders dan gepland, zoals alles dat de moeite waard is anders loopt dan gepland.
Ik reis nog altijd. Anders. Met meer bagage, letterlijk en figuurlijk. Minder hostels, meer appartementjes met een keuken. Minder bier om drie uur 's nachts, meer koffie om zes uur 's ochtends. Maar het gevoel, dat kriebelen in je buik op een luchthaven, dat moment waarop het vliegtuig de grond loslaat en jij even ook, dat is na tien jaar exact hetzelfde.
Soms Ook Heimwee is ondertussen mijn tweede brein geworden. Een plek waar ik verhalen opberg, niet voor jullie, maar voor mezelf. Dat jullie meelezen is de bonus. Dat sommigen van jullie door mijn verhalen zelf vertrokken zijn, dat is de jackpot.

Wie mijn Australië-verhalen wil herbeleven: hier is mijn soloreis in 100 foto's. En wie zelf droomt van vertrekken, lees dan zeker hoeveel zo'n wereldreis kost.
Praktische tips voor een reis naar Australië
Na zeven maanden Australië en tien jaar om erover na te denken, hier wat ik zou willen dat iemand me verteld had voor ik vertrok.
Koop een auto. Serieus. Australië per bus of trein is als België per paard: technisch mogelijk, maar je mist het punt. Een tweedehands 4x4 kost je tussen de 3.000 en 6.000 dollar en je verdient de helft terug bij verkoop. De vrijheid is onbetaalbaar. Ik kocht Stella voor 4.500 dollar en verkocht haar voor 3.000, na 30.000 kilometer en één bandenpech die me bijna het leven kostte.
Het Working Holiday Visum is je beste vriend als je onder de 31 bent (inmiddels 35 voor Belgen). Je mag een jaar blijven en werken. Fruit plukken, in de horeca, op een boerderij. Het betaalt goed en je ontmoet mensen die je nooit zou ontmoeten in je gewone leven.
Qua budget: reken op minimum 1.500 euro per maand als je zuinig leeft. Meer als je in steden blijft, minder als je kampeert en zelf kookt. Mijn volledige overzicht staat in het artikel over de kost van een wereldreis.
Ga naar het noorden. Iedereen doet de East Coast, en terecht, die is prachtig. Maar het echte Australië zit in de Top End. Darwin, Kakadu, de Savannah Way. Daar voel je pas hoe groot en leeg en overweldigend dit land is. En nee, het is niet gevaarlijk. Enfin, niet gevaarlijker dan eender welk avontuur dat de moeite waard is. Meer over de Australische gewoontes die je moet kennen.
De beste periode is april tot oktober voor het noorden (droog seizoen, anders zwem je letterlijk naar Darwin) en oktober tot maart voor het zuiden. Vermijd de zomer in de Outback tenzij je een talent hebt voor uitdroging.
Veelgestelde vragen
Reken op 15.000 tot 20.000 euro voor een jaar, inclusief vlucht, visum, verzekering en levensonderhoud. Met een Working Holiday Visum kan je bijverdienen. Zuinig leven in een eigen auto met kamperen is de goedkoopste optie. In steden als Sydney of Melbourne stijgt je budget snel.
Ja, altijd. Voor toeristen is er het ETA (Electronic Travel Authority) voor een verblijf tot 3 maanden. Voor een langer avontuur is het Working Holiday Visum (subclass 462) ideaal: een jaar verblijf met werktoelating. Belgen kunnen dit aanvragen tot hun 35ste.
Absoluut. Australië is een van de beste landen ter wereld voor soloreizigers. De backpackcultuur is sterk, hostels zijn overal, en Australiërs zijn ongelooflijk gastvrij. Ik reed 2.500 kilometer alleen door de Outback en voelde me nooit echt alleen, behalve die ene nacht met de dingo's.
Australië is het hele jaar door bereisbaar, maar het noorden (Darwin, Kakadu, Queensland) bezoek je best in het droge seizoen van april tot oktober. Het zuiden (Melbourne, Sydney, Tasmania) is het aangenaamst van oktober tot maart. De Outback vermijd je in de zomerpiek (december-februari) tenzij je 45 graden een prettige temperatuur vindt.
Australië heeft een reputatie, maar met gezond verstand is het volkomen veilig. Zwem niet waar krokodillen zitten (er staan borden), schud je schoenen uit voor je ze aantrekt, en respecteer de afstanden. De gevaarlijkste dingen in Australië zijn de zon en de afstanden, niet de slangen.







