Het was een ongebruikelijk weekend in de Gaumestreek. Ik ben er niet gaan kajakken. Ik ben er ook niet in een boomhut geklommen. Ik ben er zelfs niet gaan wandelen. Wat ben ik dan, behalve de locals irriteren met mijn gebrekkig Frans, in hemelsnaam gaan doen in de Ardennen?

Ik maak wolkjes met mijn adem. Het schelle getsjirp van de vogeltjes fladdert door de lucht terwijl de herfst als een ongemanierde peuter onbeschaamd de bladeren van de bomen prutst. Plots klettert de echo van een geweerschot door de zware stilte van de Ardense bossen. De toeristische dienst probeerde ons eerder al te behoeden voor de gevaren van het jachtseizoen, maar toch zijn we met onze stoute schoenen een kijkje gaan nemen in die verleidelijke natuur. Avonturiers die we zijn! Onverschrokken! Onbevreesd! Tot we dat schot hoorden. De stoute schoenen waren snel terug uit en we waren alweer terug op weg naar de rand van het bos, die gelukkig maar enkele meters van ons verwijderd was. Ach ja, een mooie jachttrofee zou ik toch niet zijn. Wat is er nog zoal te doen in de Gaumestreek?

Onschuldige zonden op heilige grond

Ik ben gek op abdijen. Ik weet het, daar ben ik weer met mijn misplaatste enthousiasme voor oude-mensen-activiteiten. Maar een abdij is zoveel meer dan een stoffig historisch gebouw waar patertjes je het zwijgen opleggen. Mij vind je er voornamelijk terug vanwege twee verloren doodzonden: kaas en bier. (er zijn er veel meer dan zeven, als je het mij vraagt) Waar kan je een Belg nog meer mee bekoren? Gewikkeld in de dikste jas uit mijn garderobe gingen we dus op zoek naar deze aardse geneugten in de Abdij van Orval.

Het pad der duizend zonden leidt ons eerst door een aardig museumpje. Informatieborden, vitrines, de hele mikmak. Leuk allemaal, maar ik ben natuurlijk weer afgeleid door iets compleet naast de kwestie. In het midden staan ze te pronken: de maquettes. Ik kan naar niets zo lang staan kijken als een goed afgewerkte maquette. De petieterige raampjes en dakjes zijn naadloos aan elkaar gelijmd tot een exacte kopie van de gigantische abdij waar we nu rondlopen, in ’t klein. Heel vertederend.

Orval: van een fantasy-decor naar een drogisterij

Verrijkt door kennis over het abdijleven en het gisten van het bier, kwamen we terug in het daglicht. Voor zover je van daglicht kon spreken op die trademark Belgische grauwe dag. Een passende setting voor het beeld dat opdoemde om de hoek: de ruïnes. Het doolhof van afgetakelde muren roept elke fantasybeeld uit de popcultuur op: Game of Thrones, Lord of The Rings, Skyrim. Het kon zich allemaal hier afgespeeld hebben.

Wanneer we uit de ruïnes waren ontsnapt zonder een draak uit zijn slaap te wekken, kwamen we in de kruidentuin van de abdij van Orval. Hier groeien allerlei geneeskrachtige kruiden die een 500 jaar terug waarschijnlijk de kwalen van zieke stakkers heelden. Nu belanden ze allicht voornamelijk in theebuiltjes. Achterin de tuin staat een museumpje dat mijn niet-gediagnostiseerde eksterneiging prikkelde. Een authentieke apotheek met bokalen, roerstokjes en vijzels. Er bestaat toch geen bevredigender tafereel dan netjes georganiseerde prularia?

Als brave toeristen liepen we op weg naar buiten ook maar eens de souvenirwinkel binnen. Jeweetwel, uit beleefdheid eens kijken en interesse veinzen. Nee dus. “Un kilo du fromage, s’il vous plaît.” In het winkelmandje belandden snel zes flesjes Orval, een blok abdijkaas en thee die achteraf niet afkomstig bleek te zijn uit de mysterieuze kruidentuin. De buit was binnen.

Chocolaatjes snoepen in een death metal decor

Ik had er nog niet bij stilgestaan, maar De Ardennen zijn echt keimetal. Trek gewoon een zwart-wit filter over die massieve bossen en je hebt een geschikte set voor een Dimmu Borgir-videoclip. Ik snap nu de veel gemaakte vergelijking tussen de Noorse bossen en die van Wallonië. Des te meer deed het pijn dat die mooie natuur waar alle toeristen voor komen als een verboden vrucht voor onze neus bungelde. Gelukkig maakten de gezellige gemeenten in de buurt veel goed.

wandelen door de bossen in de ardennen

In Florenville ontdekten we een derde vergeten zonde: chocola. Te consumeren bij Les Chocolats d’Edouard. De warme chocomelk was een welkome verrassing om mijn van-de-kou-verkrampte vingers aan te warmen. Ondertussen week mijn blik af naar de blinkende chocolaatjes achter de toonbank. Opnieuw kon ik mij niet bedwingen en liep ik buiten met twee fel gekleurde macarons.

De Willy Wonka-chocoladefabriek van de Gaumestreek

Wanneer ik in een foldertje over Wallonië aan het neuzen was, viel mijn oog op een kasteel in Jamoigne, nog zo’n leuk dorpje in de Gaumestreek. Mijn innerlijke Disney-prinses moest en zou dat kasteeltje zien. Nu doet het dienst als een administratief gebouw voor de gemeente, maar dat maakt Chateau du Faing nog niet minder magisch. Ook hier volgden we het chocoladespoor tot een straat verder. We kwamen dit keer uit op de chocolatier Deremiens. Als je geluk hebt is hun fabriekje open en kan je er gaan kijken hoe ze hun zoete lekkernijen maken. Wij hadden natuurlijk geen geluk; we kregen geen gouden ticket. We dropen dan maar af naar hun winkel voor een troostprijs. Een doosje pralines verdween mee in de koffer, waar ondertussen een zompige kaasgeur uit walmde.

Smullen van de prijzen van het jachtseizoen in Wallonië

De geweerschoten die door de bossen weerklonken hadden mij geïnspireerd om ook maar wat wild naar binnen te werken. Dit vond ik terug in het restaurant van Hostellerie Saint-Cécile. Dit is het hotel waar we dat weekend verbleven. Het is een rustiek gebouw omringd torenhoge dennen, waarvan de muren zijn gesierd door unieke schilderijen die door de patronne zelf zijn gemaakt. Magnifique! Bovendien moest mijn hertenfilet in het restaurant zeker niet onderdoen voor dat van een sterrenrestaurant. Daarmee overdrijf ik niet: de Michelin gids omschrijft het als ‘Bereidingen met kwaliteitsproducten, een vakkundige chef. Gewoonweg lekker eten!’

Ook al werd ons de toegang tot die wonderschone natuur ontzegd, we hebben ons weekendje Ardennen toch overleefd. Mijn hoofd is niet als trofee aan een muur beland en we hebben onze magen goed gevuld met lokale producten. Met al dat lekkers dat de streek te bieden heeft, vertaalde de boetedoening zich wel naar de weegschaal. Maar dat was het zeker waard. Fin.

Tips voor een leuke daguitstap naar de Gaumestreek:

  • Ga zeker ook een kijkje nemen bij Les Chocolats d’Edouard. Je kan er iets eten en drinken, maar ze organiseren ook tastings. 
  • Mijn geschiedenis-lovende vriend sleurde mij mee naar een oorlogsmuseum. Dit is een leuke activiteit voor wie graag een uitgebreide uitleg krijgt over de rol van de familie Baillet-Latour in de Tweede Wereldoorlog.
  • Check op voorhand of dat weekend wordt gejaagd in de streek. Als de kust veilig is, kan je het Feeënpad of het Dromenpad gaan bewandelen.
  • Buiten de Abdij van Orval kan je in A l’Ange Gardien allerlei gerechten met abdijkaas gaan proeven met een groene Orval erbij.
  • Als je in de buurt bent, moet je zeker even stoppen bij het uitkijkpunt in Florenville voor een panoramisch uitzicht over de Ardennen.
  • Voor meer inspiratie kan je ook eens kijken op www.visitwallonia.be
What's your reaction?
0Geef een hartje
Show CommentsClose Comments

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.