Op slechts vijf en een half uur rijden van Brussel ligt de Morvan, een ietwat vergeten stuk Frankrijk. Onbekend is onbemind, want met zijn dichte bossen en uitgestrekte meren is dit natuurpark in Frankrijk een dorstlesser voor gulzige vagebonden.

Elk jaar knijp ik er een halve week tussen uit met een tent et deux amis. We gingen al kanoën in de Auvergne en op de Creuse, maakten een treinreis in Zwitserland en gingen wildzwemmen in de Indre. De tent wordt elk jaar kleiner, de noodzaak groter. Met grote plannen in ons hoofd maar met kleine scenarios. Ook dit jaar wisten we weinig meer dan dat de Morvan een vetplek op de landkaart was waar onze vinger naar had gewezen.

Voor de vorm starten we in Vezelay, een publiekstrekker voor Duitse bussen met vijftigplussers. Het stadje ligt op een heuvel gebouwd en de basiliek is een kleine pelgrimstocht waard. Vergeet de souvenirshops met keramiek en geurkaarsen van amateurkunstenaars op de steil klimmende weg, maar bewonder de eeuwenoude kerk met zijn voorportaal, de rozentuin en de stadsomwalling vanwaar je een fabelachtig zicht hebt op de omliggende wijngaarden. 

We zijn echter nog lang geen vijftigplussers, dus duiken we snel weer in de wagen op zoek naar een avontuur voor ons jongenshart. Het plan is een trektocht die start aan het meer van Chamboux, vlakbij het verwaarloosbare stadje Saulieu. We parkeren onze wagen op een parkeerplaats en gespen onze rugzak om. We zeulen liters water mee, vriesdroogvoedsel voor de Alaskiaanse wildernis die we voor ogen hebben en drie droge worsten om onze kampeertrip op smaak te brengen. De zon brandt al genadeloos, maar we negeren de verlokkingen van het water van Chamboux aan onze linkerzijde. De Morvan telt meer meren dan een dalmatiër vlekken telt, dus we hebben nog genoeg zwemmogelijkheden voor ogen. Boy, we were wrong. 

Op een topografische kaart lijkt de Morvan wel het land van de duizend meren, maar eens je drie uur door dichte loofbossen hebt gebaggerd blijk je aan te komen bij een klein meertje dat volledig omgeven is door hekkenwerk en eigendom is van de plaatselijke hengelclub. Het zijn vismeertjes waar het verboden is om te zwemmen, of beschermde natuurmeertjes met ondoorwaadbare rietvelden. We hadden moeten zwemmen in het prachtige Lac De Chamboux, waar het lekker rustig is, want in de daaropvolgende dagen zeulen we onze coronakilo’s langs verlaten dorpen als Champeau-en-Morvan, Saint-Brisson, Gouloux en Moux-en-Morvan. Zestig kilometer in drie dagen tijdens een hittegolf met temperaturen van vijfendertig dagen. Daarna geven we ons gewonnen en zoeken we op in welke zwemmeren we onze oververhitte lijven kunnen dompelen. Mogelijkheden genoeg.

wandelen in de morvan

(1) De waterval van Gouloux is een publiekstrekker, in zoverre dat mogelijk is in de weinig toeristische Morvan. Veel gezinnen met kinderen die zich vergapen aan een kleine waterophoping en rotsformatie die kleiner is dan de gemiddelde boomstammetjesatractie in een pretpark. Het water is ijskoud en mondt uit de Cure, een rivier die noordelijker breder wordt en meer begaanbaar en warmer is, bijvoorbeeld in Arcy-sur-Cure

(2) Lac du Crescent is een van de grote stuwmeren die zijn opengezet voor publiek en waar onbemand zwemmen toegelaten is. Lac du Crescent ziet er op de kaart uit als een kippenpootje, en enkel het bovenste stukje van de poot is onbegaanbaar omdat je dan te dicht bij de dam zwemt. In de twee tenen is het echter heerlijk zwemmen, bijvoorbeeld aan de parking bij Cloisot du Chapon.

(3) We hingen enkele dagen rond bij Lac de Settons om onze bleinen en blaren te verzorgen. Voor het eerst in de geschiedenis van onze kampeertripjes kozen we voor het comfort van een camping, en dan nog een van de overbevolkte campings in het hoogseizoen, maar wij waren zeer te spreken over het veldje met lange grashalmen en zicht op vallende sterren van Camping Les Mésanges

Lac de Settons is het meest toeristische meer, met banaanbootjes (of hoe heten die dingen), waterskiërs, pedalo’s en kinderen (argh, kinderen!), maar bij valavond kramen de frigoboxtoeristen hun tentenkamp op en is het fantastisch vertoeven. Je kan het hele meer rondwandelen en met een stukje houten ponton over het meer gaan, maar let op voor de mountainbikes in je rug.

(4) Lac de Saint Agan is onze onbetwiste favoriet. Weinig plekjes om in het water te gaan, maar het stukje rechteroever genaamd Domaine des Grands Prés heeft een parkeerplek en genoeg ruimte voor een tiental verloren zielen en de vertrouwde Volkswagenbusjes. De meeste stuwmeren worden na enkele meters zwemmen peilloos diep en koud, maar Saint Agan heeft een brede branding met laagwater voor de kinderen (<3 kinderen!).

Voor wie genoeg heeft aan zwemmen, biedt de zuidelijk kant van de Morvan nog genoeg bossen om jezelf in te verliezen. Het is er heuvelachtig, maar niet alpien. Het is dichtbegroeid, maar geen onbegaanbare wildernis. Het lijkt wel een vergeten stuk Frankrijk, maar dat is onterecht. Opnieuw besef ik hoe weinig ver je moet rijden om een instant vakantiegevoel op te roepen, je moet gewoon durven vertrekken. En waarom heeft België zo weinig stuwmeren of lekkere rivieren die voor verkoeling tijdens hittegolven zorgen?

Afsluiten doen we in Autun, met een goede tentoonstelling in Musée Rolin en een kerkje om het af te leren, en daarna rijden we naar huis via het bekende Beaune, om het altaarstuk van Rogier van der Weyden in het Hospice te bewonderen, waar toch minstens één jongenshart van de drie sneller van ging slaan.

meren in frankrijk zwemmen lac de settons
What's your reaction?
1Geef een hartje
Show CommentsClose Comments

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.