Alle dagen Leuven. Sinds corona voet aan wal zette, staan mijn koffers voor verre wereldreizen op zolder. Even niet gaan duiken in Thailand, zwemmen met dolfijnen op de Azoren of carnaval vieren in Nicaragua. Slapen in een boomhut in de Ardennen of snorfietsen aan de Maas kon nog net, maar de andere dagen van de quarantaine lag ik te knorren in mijn bedje in Leuven.

Sinds kort hangt mijn snoet metershoog uit op een affiche in de Bondgenotenlaan omdat de Stad Leuven heeft gevraagd of ik één van de zogenaamde locals wil zijn die zijn lokale tips met de buitenwereld deelt. Liever niet, maar als het echt moet lees je hier hoe ik mijn dagen invul.

Vrije tijd is mijn favoriete hobby. Maar om centjes te verdienen slijt ik vooralsnog mijn broek in een bureau. Meer bepaald bij de sympathieke knapen van madewithlove, een Belgisch bedrijf dat me remote laat werken aan het andere einde van de wereld. Wij helpen start- and scale-ups bij het groeien en het uitbouwen van internetapplicaties en zorgen er voor dat de mensen weten hoe ze de boel moeten runnen, af en toe door tegen stijve schenen te schoppen, maar wel altijd met een menselijk en eerlijk hart op de juiste plaats. Soms neem ik mijn collega’s zelfs mee op trip. En als we niet remote werken aan het andere einde van de wereld, dan zitten we gewoon in Leuven. Meer bepaald in de Hoorn (des overvloeds) aan de Vaartkom, een coworkplek slash hipsterhotspot slash restaurant slash bar.

Als ik genoeg achter de computer heb gezeten kan je me ook zien spikeballen of picknicken in het nabijgelegen Sluispark. Of kom mee van het uitzicht genieten bij OPEK voor een fabuleus zicht op de vaart. Ik ga werken om centjes te verdienen om mijn nieuwe muntgroene Smeg-koelkast, Smeg-gasfornuis en Smeg-ijskast met ijsklontjesmachine af te betalen, maar eigenlijk bewonder ik nog het liefst andermans keuken, zelfs al is die niet van Smeg. Bijvoorbeeld de keuken van OPEK of het nieuwe café Florida met heerlijk eten. Ik kan uitgebreid ingaan op hun interieur en menukaart, maar vorm liever zelf even een hipster-zin met de volgende woorden: metrotegels, multiplex, pastelwanden, gouden toog, aubergine. Precies mijn eigen keuken!

En dan is er nog café Den Delper van den Ollie, of Leuven Central waar onze Chef Logistiek Charlotte de lakens uitdeelt. Of toch een keukenhanddoek. Ik ga er soms de voetbal van Oud Heverlee zien en luisteren naar goeie ouwe Guy met zijn verhalen en zijn patserbrommer. Het is allemaal te straf om waar te zijn, maar ik zeg altijd: Leuven en laten leven! 

Over voetbal gesproken. Onder ons gezegd en gezwegen ben ik eigenlijk een gezworen kakker van KV Mechelen (dat maanronde stadje tussen Leuven en Antwerpen, het mooiste arrondisement van Parijs). En soms kan ik het niet laten om zelf mijn beste beentje voor te zetten en draag ik een tenue van FC Bretel, de folkloristische zaalvoetbalploeg met ballen, roze sokken en bijzondere aandacht voor de rest van haar klederdracht. Met mijn topscore van 95 goals zit ik nog niet bepaald in Lukaku zijn nek te hijgen, maar qua blessures moet ik ook niet onderdoen voor Kompany. Gelukkig is er Thalia en de andere kinesisten van Grit die mijn kleine teen moed inpraten.

Voor deze column over Leuven te veel op product placement begint te lijken wil ik toch nog even mijn favoriete restaurantjes delen. Vroeger ging ik naar Alfalfa voor de falafel, maar nu gaan uitbaatster Evelien en haar broer en chef kok Pietsj voluit voor food sharing. Een restaurant met ‘food sharing concept’ wil zeggen dat ze aan uw tafel komen vragen ‘of je het concept al kent’. En dat het de bedoeling is dat je het eten met je bubbel deelt, net als de rekening. Een goed wenke hebben ze daar ook, zo goed dat ik Alfalfa aan het einde van de avond Falfafalfatafal noem. Aanraderedarnaa! 

Maar bon, van alle pizza vind ik pizza nog altijd het lekkerste. Dus ga ik graag pizza eten bij Stoof op de Kesseldallaan, of in het Trattoria dell’Oratoriënhof of bij Villa L’Aurora op de Tervuursesteenweg. Ik hoop dat onze Chef Logistiek eens een pizza-oven in onze hof bouwt. Of zou Smeg die verkopen?

Na het eten van pizza moet ik uitbuiken, bijvoorbeeld aan de Janseniustoren achter het Paridaens-college waar ik onder een boom weemoedig naar mijn spiegelbeeld in de Dijle staar. Of ik loop drie keer heen en weer door het kleine Begijnhofstraatje in de buurt van het Sluispark op zoek naar de wortels van mijn eerste grijze haren. Het is er pittoresk, stemmig en picturaal, of moet ik zeggen: schilderachtig, ingetogen en liefelijk? Zei ik al dat ik word gesponsord door www.synoniemen.net

Nog zoiets stemmig is de etalage van Animaux Speciaux waar ik mij dikwijls aan vergaap. Vol hebbedingetjes, opgezette dieren en mooie cadeaus van taxidermist Jeroen. Het is omdat ik Yannick De Pauw heet en graag de mooiste veren draag dat ik de opgezette pauw in zijn winkel heb gereserveerd. Maar mijn verbouwingen zullen eerst plaats moeten ruimen vooraleer ik het pronkbeest tentoon kan stellen.

Mijn thuis is waar mijn Smeg staat. Ik woon niet in het pittoreske Leuven maar in Wilsele. Met een elektrische fiets is dat geen straf, en zeker niet als je bijna dagelijks de Remy-toren passeert, een monument naar mijn hart. Volgens Wikipedia gaat het om een stijfselfabriek en overslagtoren, maar die toren mag nog zo stijf of zo slap staan als hij wil, ik vind hem mooi om naar te kijken. 

In de vaart bij de Remy-toren kan je ook uitstekend wildzwemmen, wat me eraan herinnert eens dringend een overzicht van wildzwemplekjes in België te fabriceren, naar analogie met het wilde Frankrijk. Volgens de wet mag je in België dan wel niet wildzwemmen, maar zoals ik altijd zeg: Leuven en laten leven!

What's your reaction?
8Geef een hartje
Show CommentsClose Comments

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.